REGLEMENT 1-DAAGSE OP ROLLEN- met 8 FIETSEN
1. Er zijn 32 ploegen, elke ploeg bestaat uit 2 renners.
2. Alle renners dienen aanwezig te zijn om 18.30u. Om 19u voorstelling van de ploegen met hun sponsor.
3. De renners worden geacht in goede gezondheid te verkeren en de wedstrijden volledig uit te rijden, tenzij een geldige reden.
4. De renners zijn verplicht zich te kleden in sportkledij.
5. In het belang van de sponsor en het publiek moet de eventuele publiciteit op de trui goed zichtbaar zijn.
6. De nummers van de renners worden afgehaald bij de jury om 19.15u. Dit nummer wordt aangebracht op de trui vooraan op de linker schouder. De renners worden verzocht tot na de prijsuitreiking de truien aan te houden. dit voor de publiciteit van de sponsor.
7. De speciale ruimte voorzien voor de renners om zich te verkleden is niet toegankelijk voor familieleden of publiek. Enkel de renners en verzorgers hebben toegang. De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor eventuele verloren of gestolen voorwerpen.
8. De inrichters doen de loting van de nummers toegekend aan de renners.Door de toewijzing van het nummer is de serie, tegenstander, en op welke rol bepaald.Tegen de samenstelling van dit schema is geen verhaal mogelijk. De nummers blijven steeds dezelfde voor de ganse duur van de meerdaagse en mogen niet onderling geruild worden.
9. Tijdens de wedstrijd wordt niemand op het podium of tussen de fietsen toegelaten, tenzij de aanwezigheid van de mecanicien noodzakelijk is.
10. Het is verboden tijdens de wedstrijden van de fiets te stappen.
11. De wedstrijdjury houdt zich het recht voor de volgorde te wijzigen. Desgevallend kan een bepaalde renner ook een andere rol of fiets toegewezen krijgen.
12. Richtlijnen van de jury moeten stipt opgevolgd worden. Andere punten uit het reglement worden eveneens door de wedstrijdjury beslecht.
13. Klachten kunnen aan de jurytafel besproken worden.
14. Bij eventueel defect van het materiaal zal de reeks herreden worden voor zover het defect niet door de betrokken renner veroorzaakt is of een nalatigheid van hemzelf niet aan de basis ligt. Uit de haak schieten is geen defect.
15. Iedere renner zal deelnemen aan volgende wedstrijden:
a/ Sprintwedstrijden over 2x400 m of twee ronden indien met twee renners.(één aflossing)
b/ Afvallingswedstrijden over 900 m ( 3 ronden van 300 m met 2 renners) aflossing mag.
De vierde of laatste renner (of ploeg) valt af na 1 ronde, na de 2deronde valt weer de laatste af, en de overige twee spurten voor de overwinning.
Na elke ronde volgt een korte pauze van 10 sec. en een nieuwe start.
c/ Ploegentijdrit over 2 ronden
d/ Finale ploegkoers over 3 ronden
16. Puntenverdeling: Sprint : 8-6-4-2-en afvalling : 8-6-4-2- punten
Ploegkoers rekeninghoudend met de tijd. Punten: 64-62-60-58-56-54-52-50-48-46- enz.tot 2 punten.
FINALE : zie verder
17 Na de ploegentijdrit wordt een voorlopige rangschikking opgemaakt in reeksen van vier ploegen. De ploegen kunnen dan door hun behaalde plaats (punten) niet meer in een andere reeks terecht- komen. Bij gelijkheid van punten wordt voorkeur gegeven aan de ploeg die de beste tijd verwezenlijkte in de ploegentijdrit. Indien deze ook gelijk is telt het tussenklassement. (zie jury)
18 Bij de finale ploegkoers worden alle punten herleid tot 0 wat wil zeggen dat de 4 eerste gerangschikte rijden voor de overwinning. Wie wint, wint ook de wedstrijd op rollen. Er wordt gestart met de 4 laatst geklasseerde.
De renners hebben de mogelijkheid om premies te winnen.Er zijn speciale voorgedrukte premiebriefjes voorzien, waarop het bedrag en het nummer van de renner dient ingevuld te worden.
Uitsluitend deze kaarten worden aanvaard, men dient ze vooraan aan de jurytafel samen met het geld af te geven om te melden via de presentator.
GOED OM WETEN:
De start is het systeem VLIEGENDE START. De renners kunnen rustig hun positie op de fiets innemen,
voetriempjes goed aantrekken en rustig los pedaleren.
De start wordt aangekondigd door de speaker op de volgende manier: Renners aandacht 3-2-1 en daarna
gaat een trompsignaal en kan voluit gesprint worden. Tijdens het aftellen kan men reeds op gang trekken.
Bij het trompsignaal wordt de electronica ingeschakeld en worden de lampjes op de piste op éénzelfde lijn geplaatst, en nemen dan de snelheid aan van de renner op dit moment. De aankomst wordt electronisch
afgeklokt.
Wanneer men visueel vaststelt dat twee lampjes gelijktijdig de eindmeet overschrijden maakt de computer nog een onderscheid tot op een duizendste van een seconde.
De renners hebben er dus belang bij om te blijven koersen tot op de aankomstlijn.Bij afvallingswedstrijden
door eventueel te speculeren of gedoseerd te rijden, om dan naar het einde toe een jump te plaatsen, maar
opgelet voor de verrassingen.
De uitslag van de computer is de enige juiste.